Seksueel misbruik onder studenten: wat is de rol van de universiteit?

#metoo

Welke maatregelen kan een universiteit nemen als er sprake is van seksueel geweld? Welke stappen kun je als student nemen als het je overkomt?

Meiden en vrouwen tussen de 12 en 24 jaar lopen het meeste risico op seksueel misbruik. Dat blijkt uit de cijfers van het Centrum Seksueel Geweld (CSG). Onder die groep slachtoffers vallen ook studenten. Wat is de impact van seksueel geweld? En hoe moeten universiteiten hiermee omgaan?

Cece Dao (21), een Vietnamese studente van de International Bachelor Communication & Media aan de Erasmus Universiteit (EUR), zegt deel uit te maken van die groep. Ze zou aangerand zijn door een medestudent in 2017. Cece meent dat de universiteit niet genoeg actie ondernomen had nadat ze het ongewenste gedrag gemeld had bij studentencoördinatoren. Ze besloot een petitie te starten waarin ze eiste dat de vermeende aanrander van de universiteit verwijderd wordt. De petitie is inmiddels bijna 3.000 keer ondertekend. De universiteit besloot begin april om de medestudent thuis online college’s te laten volgen.

Shockerend en traumatiserend
Omdat Cece problemen had met haar studentenkamer, zou ze een paar dagen bij een goede vriend overnachten. “Het gebeurde toen ik sliep,” vertelt Cece. “Ik voelde zijn handen op mijn lichaam toen ik wakker werd. Het was ongeveer drie uur ’s nachts. Hij bleef me betasten. Hij raakte mijn geslachtsdelen aan en probeerde mijn shirt uit te trekken. Dat ging door totdat het licht werd. Ik wist niet hoe ik moest reageren, want ik was verward. Ik was bang, want het was donker en shockerend. Het is erg heftig wanneer een vriend zoiets doet.”

Cece maakte de ‘freeze’-reactie mee, een bekend fenomeen bij slachtoffers van seksueel misbruik. Bij verkrachting voelt zelfs 50 procent van de slachtoffers zich ‘verlamd’, meldt het CSG.

Met steun van vrienden, waaronder een vriendin die ook seksueel misbruik heeft meegemaakt, besloot Cece haar verhaal een dag later openbaar te maken op Facebook, zonder de naam van de dader te noemen. In een privébericht bood de vermeende aanrander zijn excuses aan en beweerde hij te gaan stoppen met de opleiding.

Angstaanvallen
In het nieuwe collegejaar kwam ze hem echter tegen tijdens colleges. “Dat was traumatiserend en ik kreeg angstaanvallen. Ik besloot om hulp te vragen bij de studentencoördinatoren, die mij vervolgens naar de decaan stuurden. Maar er werd beweerd dat de universiteit geen maatregelen kon treffen, zolang ik geen politierapport had opgesteld en bewijs had. Pas na de petitie kwam ik erachter dat de universiteit een juridische commissie heeft. De universiteit had dus wel de autoriteit om onderzoek te doen en maatregelen te treffen. Maar niemand had mij hierover geïnformeerd. Daarnaast ondernam de universiteit wel actie toen de petitie onder de aandacht kwam. Dat kwam mij verdacht over,” zegt Cece.
Een jaar na het misbruik is Cece met hulp van de decaan naar de politie gestapt. Het onderzoek is nog steeds gaande, ondanks dat ze berichten heeft getoond waarin de veronderstelde aanrader zijn daden toegeeft en zijn excuses aanbiedt. Ondertussen heeft ze ook een klacht ingediend bij de juridische commissie van de universiteit. Cece: “Dit is een erg problematisch en bureaucratisch proces. Het duurt ontzettend lang. Het voelt soms alsof het machines zijn in plaats van mensen.”

Geheimhouding
Seksueel geweld en seksuele grensoverschrijding komen veel voor, blijkt uit het anonieme bevolkingsonderzoek van Rutgers, het kenniscentrum van seksualiteit. Het centrum meldt dat 22 procent van alle vrouwen en 6 procent van alle mannen in Nederland weleens tegen hun wil penetratie of manuele seks hebben meegemaakt en/of is gedwongen om seksuele handelingen te doen tegen hun wil. Rutgers noemt deze vormen van seksueel misbruik seksueel geweld. Een veel hoger percentage is slachtoffer geworden van seksueel grensoverschrijdend gedrag: 53 procent van de vrouwen en 19 procent van de mannen is (ook) weleens gezoend of seksueel aangeraakt terwijl ze dit niet wilden.

Van deze slachtoffers hebben ruim 33 procent van de mannen en 25 procent van de vrouwen hun ervaring(en) met seksueel misbruik nooit aan iemand verteld. Maar een klein gedeelte, 4 procent van de mannen en 11 procent van de vrouwen, heeft aangifte gedaan.

“Hoewel het onderzoek van Rutgers anoniem is uitgevoerd en verwacht wordt dat mensen daarin eerdere onthullingen zullen doen, verwacht het CSG dat de cijfers die bekend zijn nog steeds niet alle gevallen van seksueel misbruik dekken,” zegt Janna Teeuwen, casemanager CSG Utrecht. “Er zijn voor slachtoffers veel redenen om seksueel misbruik voor zich te houden. Voorbeelden daarvan zijn schuld, schaamte, taboe, angst voor victim blaming en chantage. Daarnaast hebben slachtoffers van langdurig misbruik het geweld vaak voor een lange tijd voor zich moeten houden en zichzelf voorgenomen om het nooit tegen iemand te vertellen. Er kan ook een loyaliteitsconflict ontstaan wanneer de dader een bekende is. Vaak is het stereotype beeld van een verkrachting nog altijd ‘de man uit de bosjes’, terwijl bekend is dat de dader meestal een bekende is: onder studenten is dit vaker een vriend of vriendin, kennis of date. Andere redenen zijn dat mensen datgene wat hen overkomt niet benoemen als seksueel misbruik en dat mensen niet altijd hulp zoeken.”

Victim blaming
Cece heeft haar verhaal een dag na het misbruik openbaar gemaakt. Toch heeft zij vanwege victim blaming haar familie een jaar lang niks verteld. “Vietnam is behoorlijk conservatief. Ik ben daar vaak verbaal lastiggevallen op straat. Mijn ouders gaven mij dan de schuld. Ze zeiden dat het waarschijnlijk lag aan de manier waarop ik me kleed, mijn neuspiercing of de manier waarop ik me gedraag. Toen ik aangifte had gedaan, besloot ik om het te vertellen aan mijn ouders en zus. Direct gaven ze mij de schuld. Ik hoopte dat mijn zus progressiever zou zijn. Ik heb besloten om het er niet meer met ze over te hebben om mezelf geen pijn te doen. Ook al doet geen steun krijgen van mijn familie ook pijn.” CSG meldt dat het beschuldigen van het slachtoffer meestal pijnlijker is voor hem of haar dan het misbruik zelf.

Ook buiten de familie heeft Cece negatieve reacties gehad. “Ik kreeg negatieve reacties op de Facebookpagina van de petitie, in de reacties onder artikelen van EM en zelfs op mijn persoonlijke Facebookpagina. Zo noemde iemand mij een ‘attention piece of shit’ op mijn Facebook-tijdlijn. Veel mensen vergeten vaak dat het slachtoffer een trauma doormaakt. Het vergt veel werk om deze negatieve mentaliteit te veranderen.” Toch demotiveren deze negatieve reacties haar niet. Integendeel: het geeft haar meer motivatie om verandering te brengen in hoe er in het algemeen over seksueel misbruik gedacht wordt. “Het gaat niet alleen om mij, maar ook om heel veel andere slachtoffers.”

Nodige veranderingen
Het meemaken van seksueel geweld heeft bij een groot deel van de slachtoffers ingrijpende gevolgen, meldt Rutgers. Meer dan de helft van de vrouwen en bijna de helft van de mannen geven aan dat ze problemen hebben als gevolg van seksueel geweld. Het gaat hierbij met name over psychische, seksuele en relationele problemen. Enkele voorbeelden zijn beschadiging van het zelfvertrouwen of zelfrespect, vermindering van behoefte aan seks, en bindingsangst. Daarnaast geeft het CSG aan dat twee op de drie slachtoffers van verkrachting zonder therapie opnieuw seksueel geweld meemaken. Professionele hulp is dus cruciaal.

“Een reden voor het verhoogde risico op seksueel misbruik onder studenten is hun bovengemiddelde alcoholconsumptie,” laat Teeuwen weten. Onder invloed van alcohol kan een slachtoffer zijn of haar grenzen niet meer goed aangeven, waar misbruik van gemaakt kan worden. Ook zou het kunnen dat de dader grenzen niet meer goed aanvoelt.

Belangrijke schakel
Teeuwen vindt dat universiteiten een belangrijke schakel zouden moeten zijn in het voorkomen van seksueel misbruik en hulp verlenen aan studenten die slachtoffers zijn: “Universiteiten zouden moeten erkennen dat seksueel misbruik in meerdere vormen voorkomt onder studenten en uitspreken dat dit niet getolereerd wordt. Laat het op universiteiten duidelijk zijn dat er een vertrouwenspersoon is bij wie studenten hun verhaal kwijt kunnen. Laat deze vertrouwenspersonen ook bekend zijn met het CSG om daar advies te vragen over mogelijke hulp. Ook is het van belang dat de vertrouwenspersonen een slachtoffer binnen zeven dagen na het misbruik verwijzen naar het CSG.” Volgens het CSG is er binnen die zeven dagen de meeste kans op psychisch herstel, het voorkomen van geslachtsziektes en zwangerschap, en het veiligstellen van DNA-sporen. Cece hoorde over het bestaan van het CSG van de politie. Hulpverleners van de EUR hadden haar hier niets over verteld.

Eerste dag
Ook Cece wil verbetering zien. Samen met Martin Blok, hoofd vertrouwenspersoon van de EUR, is Cece inmiddels in gemoedelijke omstandigheden aan het praten over nieuwe maatregelen op het gebied van seksueel misbruik binnen de EUR. Cece: “De universiteit moet voorzien in specifieke steun omtrent seksueel misbruik, want seksueel misbruik komt vaker voor dan de universiteit denkt. Studenten moeten op hun eerste dag op de universiteit geïnformeerd worden over met wie ze contact kunnen opnemen voor als ze te maken krijgen met seksueel misbruik. Er moet één persoon zijn die weet wat de mogelijkheden zijn, zodat studenten niet heen en weer gestuurd worden naar verschillende personen.”

“Ook moet de universiteit onderwijs geven over basisrechten en seksuele toestemming. Sommige mensen zeggen dat ze niet seksueel misbruikt zijn, maar zijn toch seksueel betast zonder toestemming, bijvoorbeeld. Ze erkennen hun ervaring dus niet als seksueel misbruik, terwijl dat wel het geval is. Daarnaast is goede psychologische steun belangrijk. Toen ik naar de studentenpsycholoog ging, lag de focus uiteindelijk op mijn academische prestaties. Om op academisch gebied te groeien, moet je ook de mogelijkheid hebben om mentaal te groeien.”

Sexting
Uit het jaarverslag 2017 van de EUR blijkt dat 18 studenten grensoverschrijdend gedrag gemeld hadden. 14 van de aanklagers waren vrouwen en 12 van de aangeklaagden waren mannelijke studenten. 12 meldingen betroffen seksuele intimidatie. Onder personeel ligt dat cijfer lager: van de 23 meldingen waren er 4 meldingen van seksuele intimidatie. Hierbij zijn 20 van de aanklagers vrouwen en 16 van de aangeklaagden mannen.

“De term seksuele intimidatie is breed” zegt Blok. “In veruit de meeste gevallen ging het om ongewenste aanrakingen, sexting en ongepaste opmerkingen. In twee gevallen was er sprake van seksuele intimidatie en misbruik.”

Ondertussen heeft de EUR de pilot EUR Beleid Ongewenste Omgangsvormen Medewerkers en Studenten (2018-2019) opgezet om sociale veiligheid op de universiteit te verbeteren. In het verslag van de pilot staat dat er wordt gewerkt aan een brede cultuurverandering: meer openheid over vraagstukken van intimiderend gedrag en seksuele intimidatie, een duidelijker beleid en duidelijkere richtlijnen, en een helderdere taakbeschrijving voor de rol van vertrouwenspersonen.

Blok: “De pilot is opgezet, omdat we vorig jaar onze rol als vertrouwenspersonen bij het College van Bestuur (CvB) het signaal hebben afgegeven dat de voorzieningen bij de EUR betreffende het bestrijden van ongewenst gedrag absoluut ontoereikend waren. Het CvB heeft toen de toestemming gegeven om een pilot te starten. Zo is er sinds kort een netwerk van vertrouwenspersonen en worden er trainingen georganiseerd voor leidinggevenden.”

Onduidelijke taken en grenzen
In het verslag van de pilot wordt op het probleem gewezen dat studieadviseurs nu vaak de meldingen van ongewenst gedrag van studenten opvangen, omdat het voor zowel studenten als medewerkers niet altijd duidelijk is wie welke taken en grenzen heeft. Hierdoor nemen de studieadviseurs taken van vertrouwenspersonen op zich, terwijl ze hier niet specifiek voor zijn opgeleid. Dit zorgt er ook voor dat een groot deel van de meldingen onzichtbaar blijft, omdat de studieadviseurs de meldingen niet als ongewenst gedrag herkennen.

“De indruk bestaat dus dat de vertrouwenspersonen niet erg bekend zijn bij studenten. Daarnaast hebben sommige slachtoffers angst om zich te melden” vertelt Blok. “We verwachten dat met het instellen van een netwerk van vertrouwenspersonen en betere informatieverstrekking de bekendheid van de vertrouwenspersonen zal vergroten. De namen van de vertrouwenspersonen staan inmiddels op de website.”

Bron: https://www.erasmusmagazine.nl/2019/06/17/seksueel-misbruik-onder-studenten-wat-is-de-rol-van-de-universiteit/